
De gebiedsontwikkeling van Fellenoord gaat een nieuwe fase in. Waar de ontwikkelvisie de grote lijnen schetste, werken ontwikkelingsmaatschappij Fellenoord 2040 en partners nu aan het ruimtelijk raamwerk: een kader dat ruimte biedt en richting geeft aan hoe Fellenoord straks werkt en écht aanvoelt. Niet alleen in straten, groen en gebouwen, maar ook in beleving. Hoe je er rondloopt, waar je wilt blijven hangen, hoe groen en levendig de straten zijn. Het is de brug tussen papier en praktijk. En die overstap maken we samen met Eindhovenaren.
Bij het ruimtelijk raamwerk spelen verschillende mensen een belangrijke rol. Zoals Jeroen Zuidgeest van Studio for New Realities en Manon Grond van de gemeente Eindhoven, die ieder vanuit hun eigen rol mee vormgeven aan de toekomst van Fellenoord. Tegelijkertijd helpen zij, samen met anderen, bij de voorbereiding van de inwonersparticipatie over dit onderwerp. Dan kunnen Eindhovenaren meedenken over de eerste uitgangspunten voor het ruimtelijk raamwerk.

“Fellenoord moet straks niet alleen kloppen op papier, maar vooral in het dagelijks leven van de mensen die er gebruik van maken,” zegt Jeroen Zuidgeest van Studio for New Realities. Zijn bureau ondersteunt ontwikkelingsmaatschappij Fellenoord 2040, gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant bij het opstellen van richtinggevende principes voor het ruimtelijk raamwerk.
Volgens Jeroen draait het uiteindelijk om de gebruikskwaliteit van de openbare ruimte. “Die moet niet alleen functioneel zijn, maar vooral uitnodigen om er te verblijven. De openbare ruimte moet echt verblijfsruimte zijn, een plek waar de mens voorop staat.” Volgens hem vraagt dat om bewuste keuzes in de grotere structuur en in de opbouw van de gebouwen die je toevoegt, maar vooral in de programmering: alle functies die bepalen wat er gaat gebeuren. “Zo ontstaat een samenhangend geheel dat stedelijke dynamiek koppelt aan de ontspannen stedelijkheid die bij Eindhoven hoort.”
Dat beeld sluit aan bij wat stedenbouwkundige Manon Grond vanuit de Gemeente Eindhoven benadrukt: “Het resultaat moet een gebied zijn dat niet alleen voorziet in duizenden woningen en werkplekken, maar ook in ruimte voor andere behoeften. Zoals ontmoeting, sport, cultuur en creativiteit.” Voor Manon gaat het om het concreet vertalen van publieke waarden uit de Ontwikkelvisie: “Voor een centrumlocatie als deze moet de verblijfskwaliteit en de hoeveelheid groen flink omhoog.”
Die vraag staat centraal bij het maken van een ruimtelijk raamwerk. Eindhoven staat voor een schaalsprong, maar welke rol speelt Fellenoord daarin? Jeroen en zijn collega’s werken aan het laden van die identiteit en zoeken het antwoord onder andere via een benchmarkstudie. “We kijken naar steden die qua omvang en OV-verbindingen vergelijkbaar zijn. Wat voor gebied hoort daar dan bij? Eindhoven is een relaxte stad in het groen. Dat DNA moet je samenbrengen met ruimte voor wonen, werken en innovatie.”
Daarbij gaat het niet om zomaar kopiëren van wereldsteden, vertelt Jeroen. “Het is makkelijk om te zeggen dat Fellenoord ‘hoogstedelijk’ moet worden, maar in vergelijking waarmee? Londen? New York? Of toch gewoon een volgende stap van het huidige Eindhoven? Het moet wel Eindhoven blijven. Je wilt versnellen en aanjagen, maar niet vervreemden. Een skyline alleen geeft nog geen stedelijke dynamiek. Het gaat om een mate van stedelijkheid die past bij de stad Eindhoven.”
Voor wat betreft het versnellen van de opgave, wijst Manon op de behoefte aan duidelijke uitgangspunten. “We werken in hoog tempo toe naar de realisatie van projecten in Knoop XL,” zegt ze. Volgens haar is het essentieel daarbij richting te geven aan de kwaliteit van de openbare ruimte en helder te maken hoe nieuwe ontwikkelingen zich verhouden tot de rest van de stad: “Het ruimtelijk raamwerk moet marktpartijen inspireren tot ambitieuze plannen, maar ook houvast geven met duidelijke en realistische uitgangspunten.”

Jeroen schetst een toekomstbeeld van een groene stadsruimte waar barrières geslecht zijn en je makkelijk loopt of fietst tussen binnenstad, Strijp S, TU/e en Woensel. Auto’s maken plaats voor mensen. De huidige brede verkeersader verandert in een groen hart voor de stad: groener, veiliger en vriendelijker. “De bebouwing krijgt een menselijke maat: toegankelijke blokken, duidelijke panden, een herkenbaar straatbeeld en levendige plinten,” aldus Jeroen.
Daarbij benoemt Manon duurzaamheid en gezondheid als vanzelfsprekende thema’s. “We dagen ontwikkelaars uit om klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen te nemen, die de leefkwaliteit in de stad verbeteren.” Volgens Manon vraagt een gezonde en veerkrachtige wijk ook om investeringen in woonkwaliteit, diversiteit in woningen en aantrekkelijke openbare ruimten.
“Het verhaal van Fellenoord raakt het grotere verhaal van Eindhoven”, stelt Manon. “We hebben het hier over hét centrumgebied van Brainport. Er moet nog veel gebeuren om van een asfaltvlakte te komen tot een levendige stadswijk die past bij zo’n centrum. Veel meer mensen komen in onze stad wonen: we willen leefruimte geven aan die nieuwe én de bestaande Eindhovenaren. Bijvoorbeeld door het heroveren van de stad op de auto, met meer ruimte voor langzaam verkeer en groen.”
Volgens stedenbouwkundige Manon is het aanhelen van de stad een belangrijke kern van de opgave. “Fellenoord gaat over het dichten van het gat in de stad. Mijn collega Ronald Rijnen noemt het heel beeldend ‘de donut’. Juist hier in het midden is het leeg. Als je de lantarenpalen wegdenkt kan er een vliegtuig landen”, legt ze uit. Ze ziet Fellenoord als het stedelijk bindweefsel dat niet alleen bijdraagt aan wonen en werken, maar ook aan betere verbindingen en voorzieningen voor de omliggende wijken.
Ook Jeroen onderstreept dat de gebiedsontwikkeling vraagt om keuzes die zowel het buurtsysteem als het stedelijk systeem raken. Waarbij straten een duidelijke functie in het stedelijk netwerk moeten krijgen, terwijl andere plekken juist meer luwte mogen bieden. “Echte stedelijke dynamiek op sommige plekken en andere locaties waar wonen en werken in rust samenkomen,” zegt hij. Het gaat volgens hem om het vinden van een heldere basis om met elkaar het gesprek te voeren: “Zo kun je de behoeften laden. En zorgen dat plannen aansluiten bij wat de stad echt nodig heeft.”
Als voorbeeld geeft Manon de Kruisstraat, die nu nog eindigt in een fietstunnel onder de Fellenoord richting de binnenstad. In de nieuwe situatie komt die verbinding weer op maaiveld te liggen, zodat de gebieden veel meer één geheel vormen. “De Kruisstraat en de Woenselse Markt zijn bruisende plekken en hebben hun eigen waarde. Het kernwinkelgebied, Knoop XL en deze wijken moeten elkaar versterken en samen het stadshart vormen”, zegt ze. Zo levert Fellenoord straks niet alleen nieuwe woningen en werkplekken op, maar ook sterkere verbindingen en voorzieningen die het leven in de omliggende wijken aantrekkelijker maakt.

Als ontwikkelingsmaatschappij en partners zijn we bezig met voorbereidingen om de eerste richtinggevende principes en uitgangspunten voor het op te stellen ruimtelijk raamwerk aan de stad te presenteren. Dan gaan we ook in gesprek met Eindhovenaren. Volgens Studio for New Realities-voorman Jeroen Zuidgeest gaat het daarbij niet alleen over stenen en structuren. “Maar vooral over de vraag: hoe voelt het gebied straks? Waar ontmoet je elkaar, waar speel je, waar vind je rust of reuring?” Iedereen kan straks meedenken over die vragen. Bewoners van omliggende wijken als Oud-Woensel en het centrum; en bijvoorbeeld ook studenten, ondernemers, bezoekers en iedereen die zich betrokken voelt bij Eindhoven.
Volgens gemeenteambtenaar Manon Grond zit “de ziel van Fellenoord in het toekomstdenken”. Dat heeft volgens haar niet alleen te maken met de nabijheid van de TU/e en de bedrijvigheid in Brainport. “Eindhoven is een moderne stad; van oorsprong een industriestad met een groot geloof in maakbaarheid.” Tegelijkertijd constateert ze dat we met de kennis van nu anders kijken naar stedenbouw en mobiliteit. Waar het gebied ooit draaide om de auto, verschuift de aandacht nu naar voetgangers, fietsers en hoogwaardig openbaar vervoer. “We willen inzetten op een gevarieerde en aantrekkelijke wijk waar mensen zich thuis voelen,” zegt Manon. Ze onderstreept het belang om Eindhovenaren daarbij te betrekken: “Dierbare plekken houden hun waarde en gaan langer mee.”
Manon benadrukt daarbij het hoofddoel om Fellenoord weer ván de Eindhovenaar te maken. Volgens haar vraagt dat om verschillende vormen van communicatie en participatie. Ze wijst op initiatieven als Eindje Omhoog, bijeenkomsten en studentenprojecten: “Zo merk je dat de betrokkenheid groeit.” Daarnaast geeft ze aan dat er werk te doen is om stakeholders uit de omgeving te betrekken: “Het vraagt commitment om samen te bouwen aan de stad,” betoogt Manon. “We merken dat die wil er is, bij de omgeving en bij de betrokken partijen.”
De komende maanden volgt meer informatie over hoe de stad kan meedenken over het ruimtelijk raamwerk en de gebiedsontwikkeling van Fellenoord. Wil je op de hoogte blijven? Volg ontwikkelingsmaatschappij Fellenoord 2040 op LinkedIn en schrijf je in voor de nieuwsbrief.